Fotografie van glimmende objecten
Fotografie van glimmende objecten - 1
Voor wie is deze informatie bedoeld?
- voor hen die zelf optimaal emaillewerk en zilveren of gouden juwelen willen fotograferen of hun resultaten willen verbeteren.
- Nodig is de bereidheid om inzicht en een beperkt aantal vaardigheden te ontwikkelen;
- ook hebt u meer nodig dan een eenvoudig fototoestel.
Bedenk ook het volgende :
- Bent u tevreden met foto’s waaraan geen hoge eisen hoeven te worden gesteld, dan is de behandelde stof te specialistisch en zult u het gebodene te moeilijk vinden. Behoort u tot deze categorie mensen, kijk dan bij de suggesties
hoe met de hulp van anderen tot een goed resultaat te komen. - Als
u over een 'flat bed' scanner beschikt, lees dan
hoe je hiermee niet zelden vlak emailwerk in een digitale foto kunt omzetten.
Probleemstelling - Zelf gemaakte foto’s van emaillewerk en juwelen stellen vaak teleur. Dat komt meestal doordat over het hoofd wordt gezien dat glimmende oppervlakken hun omgeving weerspiegelen. Alles wat zich voor (en bij niet-vlakke objecten ook naast) het object bevindt wordt in het werk weerkaatst. Met ons oog en brein kunnen we niet alleen grotere contrasten waarnemen dan een fototoestel, we kijken gericht en filteren onbewust veel weg (we zien wat we willen zien of verwachten te zien), terwijl een fototoestel slechts registreert.
Zorg er dus voor dat zij spiegelen wat u wilt zien.
Deze eenvoudige vaststelling is eigenlijk de hele sleutel tot het oplossen en voorkomen van eventuele problemen:
- Leer te zien wat het fototoestel gaat registreren en zorg er voor dat wat gereflecteerd wordt past bij wat u wilt zien.
- Is het weerspiegelde donker of juist heel licht, dan wordt een donkere resp. een lichte omgeving gereflecteerd. Dat laatste leidt bij vlakke geëmailleerde objecten vaak tot een storende eflectie.
- Is de omgeving die wordt gereflecteerd zeer donker, dan kan het ontbreken van elke heldere reflectie het gefotografeerde object doods maken. Zo wordt zilver dat een donkere of grijze omgeving spiegelt zeer doods, alsof het om lood of tin gaat.
Hoe kom ik tot een goed resultaat? De belangrijkste thema’s zijn
Het fototoestel is slechts een hulpmiddel.
- de verlichting van het te fotograferen object, bepalend voor de wijze waarop het voorwerp wordt uitgebeeld.
- de belichting van het fotografisch materiaal, bepalend voor het goed weergeven van lichtintensiteit en kleuren. Met belichting wordt bedoeld de hoeveelheid licht die door de combinatie van diafragma (lensopening) en belichtingstijd valt op het lichtgevoelige materiaal (film of lichtgevoelige electronische onderdelen).
- De foto-uitrusting.
Iemand die niet kan tekenen of schilderen wordt geen goede tekenaar of schilder door op een ander potlood of een andere verf of doek over te gaan. Zo is het ook met fotografie. Of met een digitale of conventionele camera wordt gewerkt maakt geen wezenlijk verschil. Het is immers de fotograaf die bepaalt door middel van de presentatie van het object, de verlichting en belichting of een goede foto kan worden genomen; het fototoestel is slechts een instrument dat registreert wat de fotograaf aanbiedt, en dat daarmee de talenten van de fotograaf illustreert.
Benodigde uitrusting - Voor optimale mogelijkheden dient men te beschikken over
- Bij voorkeur een spiegelreflex camera:
- de belichtingsautomatiek dient bij voorkeur 'uitschakelbaar' of ten minste beïnvloedbaar te zijn, zodat men zelf de belichting kan regelen. Vaak zal het noodzakelijk zijn bij een bepaalde lensopening een andere belichting in te stellen dan de belichtingsautomaat aangeeft.
- indien de camera beschikt over ingebouwde flits, dan moet deze uitschakelbaar zijn. Is de flits niet uitschakelbaar, dan is het toestel ongeschikt voor onze doeleinden.
- bij voorkeur verwisselbare optiek, zodat altijd beeldvullend kan worden gefotografeerd en bij kleine objecten (bijv. ringen) gebruik kan worden gemaakt van een macrolens. Bij digitale videocamera's géén gebruik maken van digitale zoom, aangezien de kwaliteit van de opname daardoor belangrijk achteruit gaat (bij digitale zoom wordt het aantal pixels kunstmatig vergroot, zodat het beeld weliswaar groter wordt maar onscherp).
- bij voorkeur de mogelijkheid gebruik te maken van een ‘spotmeter’, waarmee van een deel van het beeld de belichtingstijd kan worden bepaald; zoiets kan erg nuttig zijn als men op locatie wil nagaan of de verlichting van het object gelijkmatig is. Men kan dit ook nagaan met een losse handbelichtingsmeter.
- Voor ‘moeilijke’ situaties kan het heel handig zijn te beschikken
over een losse
belichtingsmeter. Is deze uitgerust met diffusor, dan kan opvallend
licht worden gemeten (zie later
).
In moeilijke situaties kan men ook de reflectie van een grijskaart meten. - In het algemeen is het erg pretttig, bij het gebruik van een lichttent noodzakelijk, om vanaf een statief te kunnen werken.
- Bij voorkeur ten minste twee verlichtingsbronnen,
bij voorkeur in een reflector. Gewone gloeilampen stralen te gelig licht
uit, kies een verlichtingsbron die (vrijwel) wit licht verspreidt. Flitslicht
is ideaal van kleur
, maar gebruik nooit de
in een camera ingebouwde flits, omdat je dan verzekerd bent van verblindende
reflecties. Ook bij flitslicht zijn er in het algemeen tenminste twee flitsapparaten
nodig, waarbij bijv. de ene flitser de andere ontsteekt via een ‘slaaf’ of
kabelverbinding; in dat geval is een flitsbelichtingsmeter eigenlijk onmisbaar. Echter, de wat professionelere cameras hebben tegenwoordig faciliteiten om de belichtingstijd van een of meerdere flitsapparaten te sturen; zie o.a.
. Een van de voordelen van studioflitsers is dat zij over een instellamp beschikken waarmee je vooraf de verlichting goed kunt beoordelen. - Reflectieschermen, evt. zelf te maken
van zilverpapier of helderwit papier, of bijv. van het zeer goedkope en
gemakkelijk op maat te maken styropor. In plaats hiervan kunnen ook diffusieschermen
worden gebruikt die in de fotohandel te koop zijn. Voor sommige doeleinden kun je, uitgaande van het ruwe materiaal, zelfs je eigen vormen maken
. Reflectieschermen kunnen
zo worden toegepast dat zij een extra lamp vervangen.
NB: Als de Engelse taal geen onoverkomelijk probleem voor u is en u komt in problemen met de fotografische terminologie, zoek termen dan op in de Dictionary of Film and Digital Photography.
Verder, indien u het boek kunt vinden, raad ik aan te lezen:
Fil Hunter & Paul Fuqua: Light - Science and Magic. An Introduction to Photographic Lighting. Focal Press, Boston-London, 1990. ISBN 0-240-51796-2.