Focus on Pictures


Fotografie van glimmende objecten


Fotografie van glimmende objecten - 4

Kleur van licht ('kleurtemperatuur') - Het is belangrijk dat de kleur van objecten goed wordt weergegeven. De kleurweergave hangt van veel factoren af, zoals:

Kleurenspectrum en kleurtemperatuur

We zullen hier alleen ingaan op de lichtkleur. Zoals bekend is wit licht opgebouwd uit een veelheid van kleuren die we van de regenboog kennen. Bij zonsopgang en –ondergang is het licht rood gekleurd, bij onbedekte hemel en volle zon blauwig, bij volle zon maar verlichting via een wolkendek wit. Gewone gloeilampen verspreiden een enigszins gelig licht, halogeenlampen voor binnenverlichting zitten wat dichter bij wit licht, fotografische flitslampen verspreiden wit licht. Maar wordt wit flitslicht gebruikt in een ruimte met een gekleurde wand, dan neemt het gereflecteerde licht de kleur van de wand aan en kan het de kleurweergave beïnvloeden. Wordt gefotografeerd in een kerk waarin het licht door glas in loodramen binnenvalt, dan hebben we ongetwijfeld met een kleurzweem te maken. Veel van die verkleuringen van het licht ontgaan ons, omdat het oog zich aan een kleurzweem aanpast zodat we deze na enige tijd meestal niet meer opmerken. Het fotomateriaal dat wij gebruiken kent die adaptatie niet en registreert onbarmhartig elke kleurzweem.

Kleurtemperatuur - Verhit je een ijzeren staaf dan begint deze eerst rood te gloeien, vervolgens geler, vervolgens wit, en bij nog hogere temperatuur straalt hij blauwig licht uit. De kleur van het uitgestraalde licht kan worden gekoppeld aan de temperatuur van het stralende object; deze temperatuur wordt in Kelvin (K) uitgedrukt (ook wel in mireds). De bij een bepaalde temperatuur uitgestraalde kleur noemt men dan de kleurtemperatuur. Grappig genoeg is in het spraakgebruik rood een warme kleur, en blauw een koude kleur.
In de figuur rechts ziet u de kleuren van de regenboog (rood - oranje - geel - groen - blauw - indigo - violet), met in het centrum wit. Rood, groen en blauw zijn primaire kleuren die samengevoegd wit opleveren; men noemt ze daarom additieve kleuren. Door tegenover elkaar liggende kleuren aan elkaar toe te voegen krijgt men wit licht (bijv. blauw + geel); men noemt tegenover elkaar liggende kleuren daarom complementaire kleuren. Het wit is dus in het centrum van het kleurenspectrum te vinden. De zwarte lijn is de curve van Planck, waarop de kleurtemperatuur wordt weergegeven. Onderstaande tabel geeft een indruk van de kleur van het omgevingslicht en van lichtbronnen:

zonsopkomst of zonsondergang 2000 K roodgeel
gloeilamp 100 watt 2800 K oranje-geel
halogeenbak 500 watt 3200 K gelig
filmzon halogeen 500 watt 3400 K gelig
een uur na zonsopkomst 3500 K gelig
flitsblokjes 4950 K wit met minimale geelzweem
zonlicht 12 uur 's middags 5400 K wit
fotografisch daglicht (flitsers) 5500 K wit
onbewolkt overdag 6500 K  
onbewolkte zomerdag > 8000 K  

Wat is er aan een kleurzweem te doen? Er zijn enkele mogelijkheden:

Een andere veel gebruikte eenheid voor de kleurtemperatuur is de mired, hetgeen staat voor“micro reciprocal degrees”. Je verkrijgt de mired waarde door 1 millioen te delen door de kleurtemperatuur. Dus is 5500 K hetzelfde als 182 mired, want 1.000.000 / 5500 = 182.
Mireds worden gebruikt om via kleurenfilters de kleurtemperatuur aan te passen. Door Europese fabrikanten wordt ook de decamired gebruikt in plaats van het Wratten systeem, waarbij kleurconversiefilters een arbitraire numerieke waarde is toegekend.

Terug   Volgende pagina
Top pagina | Contact | Meld een fout | ©Philip H. Quanjer